Vernieuwende inzichten in Suriname voor invulling ‘na de komma’

Vernieuwende inzichten in Suriname voor invulling ‘na de komma’

Verslag: Euritha Tjan A Way

“Verrassend meerstemmig”, “voor Suriname nieuwe inzichten”, en “toonde de doorwerking van slavernij in breed perspectief”. Zo klonken enkele lovende conclusies aan het eind van het goed bezochte tweedaagse symposium ‘Nieuwe inzichten en benaderingen in onderwijs en onderzoek over de Trans-Atlantische slavernij en haar doorwerking op Suriname.’ Het congres is gehouden op 14 en 15 maart door de Anton de Kom universiteit van Suriname (Adekus) in samenwerking met het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (Ninsee) en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV).

Ruim twintig sprekers gaven gedurende deze twee dagen vanuit de eigen expertise hun visie op slavernij en de doorwerking daarvan. Daarbij was ruimte voor wetenschappers en ervaringsdeskundigen. Dat was volgens docent en medeorganisator Helmut Gezius de bedoeling ook. “Onderwerpen als postkoloniale invloeden op de nazaten van tot slaaf gemaakten, medische doorwerking op hun gezondheid, grondenrechten en ook de roep om een eigen inheemse onderzoeksmethode om de doorwerking van het slavernijverleden te onderzoeken zijn vernieuwende inzichten”, somt Gezius op.

Kennisagenda

Met deze invalshoeken zal de Adekus proberen een kennisagenda op te stellen om invulling te kunnen geven aan het zogenoemde ‘proces na de komma’. Dat is het proces waarnaar huidig demissionair premier Mark Rutte verwees na op 19 december 2022 de legendarische woorden: “Mi wani taki pardon- Ik wil sorry zeggen” geuit te hebben. Koning Willem Alexander ging op 01 juli 2023 in Nederland een stuk verder en vroeg om vergiffenis.

Eric Jagdew van de studierichting Geschiedenis die samen met Gezius het symposium organiseerde zegt dat de opgenoemde punten voor de kennisagenda na het symposium geclusterd zullen worden om dan weer af te stemmen met de verschillende organisaties die bezig zijn met het vraagstuk slavernij en doorwerking. “We hebben bij de studierichting Geschiedenis gewerkt aan het kader om dit soort onderzoekingen te kunnen doen”, klinkt Jagdew trots.

Niet snel-snel

Urwin Vyent die als directeur van Ninsee een enorme bijdrage heeft geleverd bij het tot stand komen van het symposium is ingenomen met het verloop. De volgende stap is volgens hem dat een multidisciplinair team aan de slag gaat om de kennisagenda die onderzoekslijnen voor de komende jaren moet uitzetten zal uitvoeren. “We moeten ons ervan bewust zijn dat we moeten blijven praten. Na de expertmeeting met Ninsee in februari in Suriname en ook aan de hand van wat ik hier heb gezien, kan ik zeggen dat de onderwerpen slavernij en doorwerking steeds meer gaan leven in Suriname. En toch moeten wij ons ervan bewust zijn dat a no wan esi esi sani – het is geen snel, snel ding. Het zal tijd vergen.”

Ninsee heeft om de dialoog in Nederland over de thema’s slavernij en doorwerking, vast te leggen het boek Staat en Slavernij uitgegeven. Dat vormde de inspiratie voor Rose Mary Allen docent Caraibistiek aan de universiteit van op Curaçao om een symposium te houden op het eiland. Dat plantte het figuurlijk zaadje bij Gezius die daarbij aanwezig was om ook in Suriname een soortgelijk symposium te houden.

Samenwerking Curaçao-Suriname

Allen was speciaal daarvoor overgevlogen en ziet verschillen tussen de twee symposia en ook mogelijkheden voor de toekomst “Op Curaçao hebben we geen studierichting Geschiedenis. In Suriname wel en dat schept mogelijkheden voor samenwerking omdat we veel gemeen hebben”, vindt Allen. Gezius is het daarmee eens: “er zijn hier meer studenten en wetenschappers bezig met slavernij en de doorwerking. Dat is ook het grote verschil met het congres op Curaçao.”

Volgens Allen is er op het eiland net als in Suriname nu veel meer aandacht voor het slavernijverleden en onderzoek daarnaar. Zij hield tijdens het symposium in Suriname ook een presentatie waarin ze een lans brak voor orale vertellingen als verrijking van onderzoek naar het slavernijverleden. “Het biedt namelijk ruimte aan nuances, metaforen en inzichten die de literatuur niet verschaft.”

Armand Zunder die geldt als pionier voor wat betreft de financiële rijkdommen die Nederland verdiend heeft gedurende de slavernijperiode in Suriname vindt het allerbelangrijkste: “Dat Nederland niet kan bepalen voor Suriname hoe herstel en stuiten van doorwerking van het slavernijverleden eruit moet zien. Wij moeten het zelf bepalen. Het is ons geld en we bedelen het niet. We hebben er simpelweg recht op. En dat is voor veel mensen in Suriname en Nederland moeilijk te begrijpen”, klonk het vastberaden.

Het tweedaags symposium kun je hier  en hier terugkijken.