Speech voorzitter Linda Nooitmeer

Speech voorzitter Linda Nooitmeer

Speech voorzitter Linda Nooitmeer – 1 juli 2024

“Bon dia, Good day, Lespeki day, Goedemiddag.

Geachte aanwezigen, kijkers thuis in Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk, excellenties, aanwezigen in het Oosterpark en op het Museumplein en al die andere plekken in Nederland.

Namens de staf, directie en bestuur van het NiNsee heet ik u van harte welkom bij de 22ste herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname.

Een speciaal welkom aan de leden van het Kabinet, dank dat u hier bent. Voor velen van u is het bijwonen van deze herdenking in functie de laatste keer. Maar namens de samenleving die dit dossier een warm hart toedraagt, zeg ik u allen dank voor het instellen van dit Herdenkingsjaar en alle inspanningen – van dialoog tot excuses – die getroost zijn om met ons ervoor te zorgen dat niemand in staat is om de doorbroken stilte rond dit verleden weer te doen gelden.

De meerstemmigheid van ons verleden is eindelijk een feit. En als er toch een politicus is die dat illustreert, dan is het premier Rutte die in zijn uitspraken en daden heeft laten zien dat met het bewust worden van ons verleden ook inzicht verandert en een brug naar een gezamenlijke toekomst geslagen kan worden. De gisteren uitgesproken excuses voor het slavernijverleden door burgemeester Marcouch van Arnhem en burgemeester Kolff uit Dordrecht zijn hier overigens ook het bewijs van.

De aanloop naar deze 1 juli-herdenking was op z’n zachtst gezegd onrustig en ongemakkelijk. Het kan u niet ontgaan zijn. Hoe dan ook, zitten we in de omstandigheid dat voor het eerst in 22 jaar de Tweede Kamer niet vertegenwoordigd is, in ieder geval niet formeel. En dat is zeer spijtig. Het NiNsee heeft veel respect en waardering voor het instituut van de Eerste en Tweede Kamer, sterker nog: Het NiNsee dankt haar bestaan aan de inzet van de Tweede Kamer. Het was de lobby bij de vaste Kamercommissie Binnenlandse Zaken in 1998 met de petitie Sporen van Slavernij die resulteerde in de oprichting van het NiNsee in 2002. Maar ook aan het contact met de Tweede en niet te vergeten Eerste Kamer in het proces naar de excuses van premier Rutte op 19 december 2022 hebben we warme herinneringen. En laten we niet vergeten dat het Kamerleden waren die ervoor zorgden dat het toeslagenschandaal, waarvan 75% van de slachtoffers een Afrikaanse achtergrond heeft, aan de kaak gesteld werd.

Maar juist vandaag, 1 juli, Ketikoti, Kibrá des Kadena, Emancipation day, een dag die symbool staat voor bevrijding en herstel van waardigheid, de dag waarop we de herinneringen eren van de voorouders die hebben geleden en gestreden, het moment waarop we onze waarden van gelijkheid, rechtvaardigheid en respect bevestigen, kan onder de huidige omstandigheden de conclusie niet anders zijn dan dat de Tweede Kamer formeel niet vertegenwoordigd is.

En we spreken in de geest van de in 1862 geboren Amerikaanse burgerrechtenactiviste Ida B. Wells, die streed tegen het lynchen van zwarten in de zuidelijke staten van de VS: “De weg naar vooruitgang is geen snelweg, maar een hobbelig pad vol obstakels. Alleen door vastberadenheid en moed kunnen we het doel bereiken.”

Het Herdenkingsjaar eindigt vandaag. Voor het NiNsee en haar 18 herdenkingscomités en al die initiatieven in het land die met de wind van de belofte van het Herdenkingsjaar in de rug opgestart zijn, eindigt het natuurlijk niet. Ik heb het al vaker gezegd: De herdenkingen op 30 juni en 1 juli staan niet op zich, zij maken deel uit van het proces van de doorwerking, het proces dat gaat over het inlopen van de sociale, economische en culturele achterstanden van mensen met Afrikaanse roots in het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname en Europees Nederland. Het proces ná de komma. We hebben ook gezegd dat het Herdenkingsjaar écht geslaagd is als de meest kwetsbare persoon met Afrikaanse roots in het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname en Europees Nederland zich gezien en erkend voelt. Daar moeten we voor opkomen. Die stap gaat de toekomst van de samenleving bepalen en daar zijn we met elkaar nog niet helemaal aan toegekomen. Het NiNsee rekent op u, burgers, ambtenaren, bestuurders, lokaal, provinciaal en nationaal om dit de komende jaren te bewerkstelligen.

Want uiteindelijk hebben we elkaar – burgers en bestuurders – nodig. In een tijd waarin het veel gemakkelijker en verleidelijker is om tegenover elkaar te staan, moeten we de moed opbrengen de ander te zien. Niet alleen de mening, de politieke kleur, de culturele achtergrond, gender, religie, de fysieke beperking, maar de medemens. De mens achter de mening, de mens achter de politieke kleur, de mens achter de culturele achtergrond, de mens achter het gender, de mens achter de religie, de mens achter de fysieke beperking.

Jaren geleden ben ik betrokken geweest bij dialogen, georganiseerd door de gemeente Utrecht tussen voor- en tegenstanders van Zwarte Piet. Deze gesprekken duurden ongeveer twee jaar. Ik was jong, veel pittiger dan nu en als jongere niet echt gemotiveerd om deze gesprekken te voeren. Maar de nieuwsgierigheid naar “de ander” overwon het echter van de aversie. Ik kan met recht zeggen dat die gesprekken ons allemaal de waarde van de ontmoeting en het gesprek hebben doen inzien. Een cadeau die ik altijd met me meedraag. Want “de ander” kreeg een naam, het waren Achmed en Fatima, Shirley en Stanley, Hanim en Mehmet, Jan en Ingrid, Rincho en Lucia die met elkaar in gesprek waren. En al die gesprekken leidden tot de eerste inclusieve Sinterklaasintocht in Utrecht. En hebben tot inspiratie gediend voor de andere steden in het land. En een paar mensen die hieraan bijgedragen hebben, zijn hier ook vandaag aanwezig.

Wij hebben elkaar nodig, zeker nu. We moeten elkaar vinden. Daar, in het moeras van tegenstellingen, achterdocht en wantrouwen.

Ik wens u een bon dia di abolishon, a good Emancipation Day, wan swit manspasi dey en een fijn Ketikoti.”