In Otrobanda, in het historische hart van Willemstad, is op zondag 25 mei het eerste Caribische kantoor van het Herdenkingscomité Slavernijverleden geopend. De locatie in de oude binnenstad, een voormalig gouverneursgebouw, wordt een ontmoetingsplek waar kennisoverdracht, dialoog en erfgoed centraal staan. Lucia Beck, directeur van het comité in het Caribisch gebied, noemt de opening een eer én – als voormalig inwoner van de oude binnenstad – een persoonlijke cirkel die rondkomt.
Tijdens de ceremonie werd een permanente expositie onthuld die de geschiedenis verbeeldt van vóór, tijdens en na de slavernij. Opvallend onderdeel is een blanco canvasdoek dat bezoekers zelf mogen invullen met hun visie op de toekomst. Aldair Pieters, een lokale ondernemer schrijft: “Ik ga bijdragen aan de revolutie.” En licht toe: “Wie we waren, dat bestaat niet meer. Het gaat erom wie we nú zijn. Dat moeten we samen gaan vinden.”
Het comité wil met het kantoor generaties met elkaar verbinden. Beck signaleerde in haar toespraak een opvallend verschil tussen hoe oudere en jongere generaties omgaan met het slavernijverleden. De ouderen, zei ze, hebben jarenlang gestreden voor erkenning en excuses. Zij spreken vanuit de pijn en de bewustwording die daaruit voortkwamen. Jongeren, daarentegen, zoeken naar kracht, zelfexpressie en een positief zelfbeeld. “Zij kijken niet alleen terug, maar willen vooral vooruit”, aldus Beck.
Via een videoboodschap vanuit Nederland sprak Astrid Elburg, voorzitter van het Herdenkingscomité, de aanwezigen toe. Zij noemde de fysieke aanwezigheid van het kantoor in het Caribisch gebied een mijlpaal en benadrukt dat verandering begint bij het actief verbinden van mensen en generaties.
Beck benadrukt dat het comité geen nieuwe organisaties wil oprichten, maar juist wil verbinden en faciliteren. “Onze mensen zijn creatief en weten wat ze willen. Het is een kwestie van connecting the dots.” Volgens haar maken veel mensen nog geen gebruik van de beschikbare fondsen en kennis. Het kantoor biedt ruimte voor ondersteuning, advies en samenwerking.
Het blanco canvas in de expositie symboliseert wat Beck omschrijft als “het verhaal achter de komma”. Dat is een verwijzing naar de excuses van de Nederlandse koning en regering, die volgens haar niet het eindpunt zijn, maar het begin van een traject. “Het verleden werkt door in hoe wij onszelf klein houden. Door mensen bewust te maken van hun verhaal, willen we bijdragen aan een sterkere Caribische samenleving.
Eerder dit jaar opende het Herdenkingscomité Slavernijverleden een kantoor in Den Haag. In juli opent het comité nog een kantoor op Sint-Eustatius. Lees meer via de NOS.nl.

