Nationaal Monument Slavernijverleden

Nationaal Monument Slavernijverleden

Op 1 juli 2002 is het Nationaal Monument Slavernijverleden onthuld in het Oosterpark in Amsterdam door koningin Beatrix. Het monument is ontworpen door de Surinaamse kunstenaar en beeldhouwer Erwin de Vries.  

Op 1 juli 1863 schafte Nederland, als een van de laatste landen in Europa, de slavernij af. Het Nationaal Monument Slavernijverleden dient als plek voor bezinning en herdenking aan het Nederlandse slavernijverleden. Maar hoe is dit monument tot stand gekomen? En wat is er exact vooraf gegaan aan de onthulling van het monument? Hieronder een uiteenzetting van deze belangrijke geschiedenis. 

Petitie 
Op 3 juli 1998 bood de Afro-Europese vrouwenbeweging Sophiedela het kabinet een petitie aan. Deze petitie vormde een onderdeel van de door Sophiedela georganiseerde bezinningsconferentie Vrouwen en sporen van slavernij. In september 1998 werd de petitie aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangeboden en bracht vervolgens het balletje aan het rollen. De vraag naar een monument om het slavernijverleden te herdenken kwam op politiek niveau eindelijk aan de orde. Ad Melkert, toenmalig fractievoorzitter van de PvdA, stelde het monument ter discussie in het debat over de regeringsverklaring in augustus 1998. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in september 1998 refereerde ook minister-president Wim Kok aan een mogelijk monument. Minister Roger van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) heeft namens het kabinet de coördinatie van de totstandkoming van het monument op zich genomen.
Op 26 mei 1999 stuurde hij een brief naar de Tweede Kamer, waarin werd aangegeven dat de meest betrokken bewindspersonen welwillend staan tegenover de initiatieven om te komen tot een monument ter herdenking van de afschaffing van de slavernij. Bovendien stond in de brief dat het kabinet bereid is met een representatief samengesteld comité gesprekken te voeren, die kunnen leiden tot een nationaal monument ter herdenking van de afschaffing van de slavernij. De kiem voor het monument was daarmee ontsproten. 

Initiatiefnemers verenigd 
De initiatiefnemers voor het monument hebben zich inmiddels verenigd in de Stichting Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden, waarbij zich ongeveer 18 organisaties van Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse en Afrikaanse signatuur hebben aangesloten. In het bestuur van de stichting hebben deskundige wetenschappers zitting. Het Surinaams Inspraakorgaan en het Orgaan Caribische Nederlanders treden op als adviseurs. De Stichting Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden is een officiële gesprekspartner van de rijksoverheid als het gaat om de realisatie van het monument. Inmiddels heeft minister Van Boxtel aangegeven dat hij bereid is de financiering van een gedenkteken op zich te nemen. De gemeente Amsterdam heeft zich bereid verklaard gastheer te willen zijn voor het nationaal monument. Een en ander is vastgelegd in een convenant tussen de Staat en de gemeente Amsterdam, dat op 1 juli 2000 is ondertekend, tijdens de Herdenkingsdag Nederlands Slavernijverleden. Ook staatssecretaris Rick van der Ploeg (OC en W) is nauw betrokken bij de totstandkoming van het gedenkteken. 

Locatie 
In overleg met het college van B&W van Amsterdam, het stadsdeelbestuur van Amsterdam Oost/Watergraafmeer, het Landelijk Platform Slavernijverleden en het Comité van Aanbeveling Nationaal Monument Slavernijverleden is op 14 november 2000 definitief besloten om het Oosterpark in Amsterdam aan te wijzen als locatie voor het Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden. 

Winnend ontwerp
Op basis van een aantal criteria, de uitkomst van de publiekspoll, de adviezen van het Comité van Aanbeveling en de Commissie van Deskundigen en de meningen/keuzes van de gemeente Amsterdam en het Landelijk Platform Slavernijverleden, is het ontwerp van Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries gekozen om uitgewerkt te worden tot het (definitieve) Nationaal Monument Slavernijverleden. Minister van Boxtel voor Grote Steden en Integratiebeleid maakte dit op 1 juli 2001 bekend.  

Betekenis 
De betekenis van het monument valt in drie delen uiteen; het verleden, het heden en de toekomst. Het achterste deel symboliseert de dramatische geschiedenis van het juk waaronder de slaven gebukt gingen. De magere, aan elkaar geketende figuren tonen het slavernijverleden. Bij het middelste gedeelte doorbreekt een figuur de muur van taboe en weerstand: het heden. Het voorste gedeelte onderstreept de alles overheersende drang naar vrijheid en een betere toekomst. De figuur heeft de kracht gevonden zich van de ketens te bevrijden om als volwaardig individu van het heden op te staan. Groot, sterk en glorieus: de toekomst! Op 1 juli 2002 is het Nationaal Monument Slavernijverleden onthuld in het Oosterpark in Amsterdam. 

Over de kunstenaar: Erwin de Vries (Suriname, 1929 - 2018)

Erwin de Vries kwam in 1949 naar Nederland waar hij aan de Haagse Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten werd opgeleid tot tekenaar.

Na enige tijd in Suriname als kunstdocent te hebben gewerkt keerde hij opnieuw terug naar Nederland en studeerde aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Daar leerde De Vries beeldhouwen van onder andere kunstenaar Piet Esser. Ook is hij enige tijd beïnvloed geweest door de Cobra-beweging. De Vries had solo tentoonstellingen in het Stedelijk Museum Amsterdam, in de Kunsthal in Rotterdam en in Jamaica en Suriname. Als beeldbouwer maakte De Vries beelden van bekendheden als Simon Carmiggelt, Joop den Uyl, Clarence Seedorf en Barack Obama. In Paramaribo staan er beelden van zijn hand van de politici Arron, Lachmon en vakbondsleider Fred Derby, de enige overlevende van de Decembermoorden.

Het Nationaal Slavernijmonument in het Oosterpark geldt als een van zijn belangrijkste werken uit zijn oeuvre als beeldhouwend kunstenaar. Zelf omschreef De Vries het realiseren van het monument als een ‘bijna spirituele ervaring’. “Ik voelde de pijn van de slaven, ook mijn voorouders. Maar ik voelde ook hun enorme kracht.” De kunstenaar liet zich graag voorstaan op zijn snelle manier van werken. Het ontwerp voor het slavernijmonument maakte hij naar eigen zeggen "in klei op een middag tussen 15.00 en 17.00 uur.” 

Foto: Sirano Zalman