Geschiedenis onderkennen kan helpen om samenleving eerlijker en gelijker te maken

Interview
Datum
30 mei, 2020
Auteur
Sylvana Terlage

Karwan Fatah-Black is historicus, auteur en universitair docent koloniale geschiedenis. Op 30 juni houdt Fatah-Black de jaarlijkse Keti Koti lezing voor het NiNsee.

 Voorafgaand aan zijn lezing vroegen we hem naar zijn kijk op de slavernij-periode en de koloniale geschiedenis

Je hebt als historicus inmiddels enorm veel kennis rondom het slavernijverleden vergaard en ook een aantal boeken gepubliceerd over het onderwerp. Hoe ontstond deze interesse voor dit verleden bij jou?
“Van huis uit heb ik meegekregen dat de geschiedenis die machthebbers vertellen misleidend is. Bij ons thuis werd het belangrijk gevonden dat we de ware geschiedenis vertellen over het verzet tegen fascisme en over oppositiebewegingen tegen de dictaturen van Soeharto, Pinochet en Saddam. Misschien heeft dit onbewust ook meegespeeld dat ik me al snel thuis voelde bij de geschiedenis van slavernij en clandestien verzet. Het is bij uitstek een veld waar macht en ongelijkheid zichtbaar is in de archieven en de kennis die we opbouwen.”

Wat zijn in jouw optiek nog (te veel) onderbelichte delen uit dit verleden? 
“Er is natuurlijk erg veel onderzoek gedaan naar het slavernijverleden. Toch staan er nog steeds heel wat vragen open. De slavenhandel uit met name de zeventiende eeuw mag echt nog wel eens goed worden doorgelicht. Er ontbreekt nog veel kennis over de betrokken handelaren en de relatie met het buitenland. Maar ook met de economische geschiedenis van de slavenhandel hebben we nog maar een tipje van de sluier opgelicht. Bovendien is er nog heel veel te onderzoeken en te vertellen over de verschillende grote opstanden die er zijn geweest in die periode.”

Waarom is het zo belangrijk dat dit (deels verborgen) verleden duidelijker en meer naar de voorgrond komt in Nederland?
“Het afschaffen van de slavernij is een van de belangrijkste verworvenheden die we hebben. Maar die afschaffing is op veel manieren onvoltooid. Niet alleen is er nog altijd veel dwang en ongelijkheid, er is ook een erfenis van deze geschiedenis. Dat onderkennen en bestuderen kan helpen om de samenleving van vandaag en de toekomst eerlijker en gelijker te maken.”  

Wat zijn momenteel thema's binnen dit onderwerp waar je je de komende periode in wilt verdiepen?“Ik zou beter willen begrijpen hoe de verschillende transformaties in het denken over ras en slavernij zich hebben voltrokken. En dan met name in de Nederlandse culturele en sociaaleconomische context. Voor het buitenland bestaan hier al boeiende studies over, maar voor Nederland is het aanbod nog te mager. En het zou dan vooral interessant zijn om in die analyse macht, internationale betrekkingen en elitecultuur te betrekken en niet weer een uitsluitend op economie gericht onderzoek te doen. De familie Oranje-Nassau loopt natuurlijk als een rode draad door de geschiedenis van de Nederlanden. De Oranjes hebben op cruciale momenten een nieuwe draai gegeven aan de ontwikkeling van het Nederlandse wereldrijk en daarmee ook het slavernijverleden, dat zou ik graag beter willen onderzoeken en begrijpen.”

Het slavernijverleden blijft een beladen onderwerp ook in Nederland. Hoe zie jij die bredere verandering in bewustwording en aandacht voor het onderwerp voor je?

“We zeggen dat zo makkelijk: het is gevoelig of het is beladen. Maar ik vind het erg verhelderend om dan altijd even door te vragen: wat is er gevoelig en wat is er beladen? En dan merk je dat een groot deel van de main stream gewoon niet gewend is om over deze geschiedenis te praten. Maar dat begint wel steeds meer te komen. Kijk maar naar Museum van Loon en de radio-uitzendingen van Duin en Bouva over hun familieverleden. Het slavernijverleden is nu al 14 jaar onderdeel van De Canon van Nederland. Het hoort er gewoon bij. Er is heel erg veel belangstelling: er is behoefte om te leren hoe we er over kunnen praten en denken. Ik word bij de meest eerbiedwaardige genootschappen uitgenodigd om er over te praten. En daar doet men helemaal niet moeilijk.

We moeten ons niet te veel af laten leiden door de extremistische uithoeken die deze geschiedenis agressief weg willen stoppen. Ik las in de Elsevier een artikel waarin het  slavernijmonument in Hoofddorp belachelijk werd gemaakt. Die theatrale agressie is deel van een harde racistische subcultuur. Daar moeten de meeste mensen gelukkig uiteindelijk toch niks van hebben.”

 

Je gaat ook voor ons dit jaar de Keti Koti Lezing verzorgen, kun je vast een tipje van de sluier weggeven van je lezing?

“Dat Nederland nogal laat was met het afschaffen van de slavernij weet iedereen inmiddels wel. Maar door de manier waarop we altijd met die datum van 1 juli 1863 en de tien jaar staatstoezicht bezig zijn vergeten we de internationale context en de lange voorgeschiedenis. De geschiedenis ontwikkelt zich niet rechtlijnig naar steeds meer vrijheid, maar kent scherpe bochten en soms lange omwegen. In de lezing wil ik het daarom hebben over de ideologische strijd die er in Nederland ontstond na de slavenopstand op St. Domingue onder leiding van Toussaint L’Ouverture en vervolgens het uitroepen van de onafhankelijkheid van Haïti door Jean Jacques Dessalines. Met beide momenten werd heel erg meegeleefd in Nederland, veel meer dan nu vaak wordt gedacht.”

Tot slot hoe ga je dit jaar zelf Keti Koti vieren?
"Meestal ben ik bij de plechtigheid en doe ik mee aan debatten en andere evenementen. Dit jaar gaat het allemaal anders zijn, maar hoe weet ik nog niet.”

’Waar de ketenen begonnen te breken: de in Nederland vergeten afschaffing van 1793’

Binnen de smalle grenzen van de Nederlandse geschiedenis gaat veel aandacht uit naar de afschaffing van de slavernij in 1863. Dat lijkt een geschiedenis van deftige heren en een enkele dame die op een goede dag een laat maar wijs besluit namen. Die lezing van de geschiedenis gaat er aan voorbij dat zeventig jaar eerder de opstandelingen op St. Domingue het tijdperk van de afschaffingen openden door het heft in eigen hand te namen. In deze lezing zal worden stilgestaan bij de Nederlandse opwinding over die opstand en de manier waarop vervolgens de verworvenheden van deze opstand zijn gebagatelliseerd.