KIS kennisatelier: excuses slavernijverleden

Lezing
Datum van en tot
20 okt, 2021
Organisatie
KIS Kennisatelier
Locatie
Online
Plaats
Livestream

Samen met experts Alex van Stipriaan, Peggy Wijntuin, Linda Nooitmeer, Rutger Groot Wassink en Jerry Afriyie gaat KIS Kennisatelier in op vragen rondom excuses voor het slavernijverleden.

Sprekers en aanmelden

Alex van Stipriaan (Emeritus-hoogleraar Caribische Geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam)

Peggy Wijntuin (Oud-raadslid gemeente Rotterdam)

Linda Nooitmeer (Bestuursvoorzitter Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, NINSEE)

Rutger Groot Wassink (Wethouder Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering - gemeente Amsterdam)

Jerry Afriyie (Stichting Nederland wordt beter en het Zwart Manifest)

Wanneer: 20 oktober 2021, van 15.00 tot 17.30 uur

Locatie: sprekers in de studio, deelnemers online

Aanmelden

Door een e-mail te sturen naar: evenementen@movisie.nl

Aanleiding

Op 1 juli herdenkt Nederland jaarlijks de afschaffing van de slavernij, die officieel was op 1 juli 1863*. Nederland spreekt gedurende enkele jaren bij de herdenking diepe spijt uit voor het slavernijverleden, maar tot excuses is het nooit gekomen. Om deze excuses vragen met name de nazaten van de tot slaafgemaakten. Inmiddels hebben gemeenten als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht onderzoek gedaan naar hun slavernijverleden en zich uitgesproken. In een brief vragen zij bovendien de nationale overheid excuses aan te bieden. Wetenschappers als Philomena Essed en Alex van Stipriaan hebben de betekenis en noodzaak van excuses uiteengezet in publicaties. Op verzoek van het kabinet is in 2019 het Adviescollege Dialooggroep opgericht die de opdracht kreeg om dialogen over het slavernijverleden te organiseren en aanbevelingen te doen hoe om te gaan met dit vraagstuk. Dit heeft geresulteerd in het rapport “Ketenen van het verleden” waarin aanbevelingen zijn gedaan voor erkenning, excuses en herstel.

In de brede samenleving en in het publieke debat bestaan uiteenlopende opvattingen en leven er veel vragen rondom excuses voor het slavernijverleden. Excuses voor misdaden van voorouders: kan dat eigenlijk wel als de misdaden nog niet zijn erkend? En hoe geef je betekenisvol vorm aan erkenning en excuses? Excuses aanbieden: is dat iets wat de overheid moet doen of heeft de rest van de samenleving hierin ook een aandeel? Regel je het bij wet, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk is gebeurd? Daar definieert een wet met terugwerkende kracht het slavernijverleden als een misdaad tegen de menselijkheid? Of zijn excuses uitgesproken door de Nederlandse overheid voldoende? Hoe geef je gevolg aan excuses zonder het publieke debat onnodig te polariseren en wat is de rol van kennis en onderwijs hierin? Wat is überhaupt de waarde van excuses en hoe verhouden die zich tot de toekomst van de diverse Nederlandse samenleving en de aanpak van hedendaags racisme?  
Kortom: dit thema leeft en er zijn veel vragen. Tijdens de algemene beschouwingen is door een aantal partijen waaronder D66 aandacht gevraagd voor dit vraagstuk en een oproep gedaan voor excuses: “Voor mij is het historische bezoek van Santhoki een nieuwe aanleiding om die geschiedenis zo snel mogelijk recht te doen. En daarom doe ik vandaag opnieuw een oproep aan de collega’s in deze zaal. Als Nederland zijn excuses aanbiedt voor onze rol in het slavernijverleden kan dat het begin zijn van een heling van de wonden. Het kan de basis zijn voor een toekomst waarin we elkaar liefhebben, elkaar vertrouwen, elkaar sterker maken.”

* Het zou na 1863 overigens nog tien jaar duren voordat de slavernij daadwerkelijk werd afgeschaft omdat in de tussenliggende periode de slaveneigenaren gecompenseerd werden.

Doel

Samen met experts gaat KIS tijdens het Kennisatelier in op deze en andere vragen rondom excuses voor het slavernijverleden. Het doel van de bijeenkomst is om kennisdragers rondom het thema excuses voor slavernijverleden bij elkaar te brengen, met elkaar in gesprek te gaan en van hieruit een handreiking te doen naar het grote publiek en andere gemeenten dan de genoemde vier hierboven. Wellicht treden ze in de voetsporen van deze G4 en vragen ze zich af wat dit in de praktijk betekent en wat mogelijke dilemma’s zijn. En ontvangen ze handvatten voor een goede aanpak.